Free Online Language Learning for Everyone
Dictionaries

Deutsch-Niederländisch Wörterbuch Verwandten test

Currently 40 users online.

You will now be tested on the Verwandten category
Just click the answers you know. You do not need to answer all questions!

Mutter =

tante

nicht, c oomzegster

moeder

schoonzoon
Schwager =

schoonzoon

schoonbroer, c zwager

neef (male), c nicht (female)

moeder
Cousin, Cousine =

grootmoeder

kleinzoon

schoonbroer, c zwager

neef (male), c nicht (female)
Opa =

neef, c oomzegger

oom

opa

vader
Schwiegersohn =

ouder

schoonzoon

broer, c broeder

ouder
Großvater =

kleinkind

zuster, c zus

ouder

grootvader
Nichte =

volle neef (male), c volle nicht (female)

man, c echtgenoot

neef (male), c nicht (female)

nicht, c oomzegster
Sohn =

man, c echtgenoot

zoon

kleinzoon

man, c echtgenoot
Großmutter =

kleinzoon

relatief

grootmoeder

broer, c broeder
Schwiegermutter =

zoon

schoonmoeder

opa

schoondochter
Elternteil =

kleindochter

grootouders

volle neef (male), c volle nicht (female)

ouder
Schwester =

tante

opa

zuster, c zus

neef, c oomzegger
Baby =

oom

schoondochter

baby, kleintje, kind

neef, c oomzegger
Kind =

kind

grootmoeder

vader

opa
Vater =

vader

schoonbroer, c zwager

volle neef (male), c volle nicht (female)

grootvader
Frau =

vrouw, c echtgenote

baby, kleintje, kind

oom

vriend (male), c vriendin (female)
Familie =

gezin, c familie

schoonbroer, c zwager

neef (male), c nicht (female)

oom
Freund, Freundin =

gezin, c familie

broer, c broeder

vriend (male), c vriendin (female)

moeder
Enkel =

oma

kleindochter

ouder

kleinzoon
Tochter =

broer, c broeder

dochter

zoon

neef (male), c nicht (female)
Copyright © 2005-2015 jonsay.co.uk contact me FAQ`s Privacy Policy

Website designed by Jonathan Sayles