Free Online Language Learning for Everyone
Dictionaries

Deutsch-Niederländisch Wörterbuch Anweisungen test

Currently 21 users online.

You will now be tested on the Anweisungen category
Just click the answers you know. You do not need to answer all questions!

dort =

ginder

naast, bij

bijna

zuid
Osten =

achter, achterkant (side)

noord

hier

oost
hinten =

beneden

beneden

achter, achterkant (side)

ginder
hier =

beneden

achter, achterkant (side)

achter, achterkant (side)

hier
abwärts =

tegenover

rondom

na

neerwaarts, naar beneden
oben =

naast, bij

boven

west

zuid
Süden =

zuid

voor, voorkant (side)

tegenover

oppervlakte, oppervlak
Gebiet =

links, linker

ginder

dicht liggen

oppervlakte, oppervlak
aufwärts =

opwaarts, naar boven

boven

rechts, rechter

achter, achterkant (side)
da, dort =

neerwaarts, naar beneden

buiten

rechts, rechter

daar
unten =

west

neerwaarts, naar beneden

achter, achterkant (side)

beneden
in der Nähe =

noord

boven

rondom

neerwaarts, naar beneden
Vorderseite =

voor, voorkant (side)

bijna

beneden

ver
rechts =

rechts, rechter

achter, achterkant (side)

oost

dicht liggen
nahe =

voor, voorkant (side)

achter, achterkant (side)

na

dicht liggen
Westen =

rondom

dicht liggen

west

neerwaarts, naar beneden
Norden =

dicht liggen

boven

noord

oppervlakte, oppervlak
gegenüber =

daar

naast, bij

tegenover

noord
hinter =

beneden

opwaarts, naar boven

achter, achterkant (side)

ver
links =

links, linker

binnen

bijna

hier
Copyright © 2005-2015 jonsay.co.uk contact me FAQ`s Privacy Policy

Website designed by Jonathan Sayles