Free Online Language Learning for Everyone
Dictionaries

Deutsch-Niederländisch Wörterbuch Anweisungen test

Currently 13 users online.

You will now be tested on the Anweisungen category
Just click the answers you know. You do not need to answer all questions!

Norden =

naast, bij

hier

bijna

noord
Süden =

zuid

dicht liggen

hier

Richting
hinten =

links, linker

ver

achter, achterkant (side)

tegenover
hinter =

achter, achterkant (side)

zuid

zuid

rondom
neben =

boven

bijna

binnen

rechts, rechter
Umgebung =

zuid

beneden

noord

dicht liggen
hier =

hier

buiten

opwaarts, naar boven

links, linker
Außenseite =

achter, achterkant (side)

Richting

binnen

links, linker
weit =

rondom

oost

Richting

ver
aufwärts =

ginder

achter, achterkant (side)

rechts, rechter

opwaarts, naar boven
Osten =

oost

zuid

ginder

naast, bij
oben =

boven

ginder

neerwaarts, naar beneden

achter, achterkant (side)
da, dort =

boven

tegenover

daar

zuid
in der Nähe =

zuid

na

boven

rondom
Anweisungen =

noord

boven

Richting

dicht liggen
Westen =

west

rechts, rechter

binnen

hier
gegenüber =

boven

daar

tegenover

achter, achterkant (side)
dort =

ginder

naast, bij

oost

ver
nahe =

oost

na

achter, achterkant (side)

ver
Gebiet =

noord

buiten

neerwaarts, naar beneden

oppervlakte, oppervlak
Copyright © 2005-2015 jonsay.co.uk contact me FAQ`s Privacy Policy

Website designed by Jonathan Sayles