Free Online Language Learning for Everyone
Dictionaries

Dictionnaire Français-Néerlandais Indications test

Currently 28 users online.

You will now be tested on the Indications category
Just click the answers you know. You do not need to answer all questions!

loin =

buiten

ver

bijna

achter, achterkant (side)
où =

neerwaarts, naar beneden

zuid

waar

buiten
droite =

bijna

dicht liggen

rechts, rechter

daar
près =

rechts, rechter

beneden

noord

na
dessus =

boven

Richting

hier

dicht liggen
ascendant =

opwaarts, naar boven

oost

west

zuid
descendant =

neerwaarts, naar beneden

beneden

naast, bij

boven
proximité =

voor, voorkant (side)

buiten

dicht liggen

bijna
à l'intérieur =

waar

buiten

achter, achterkant (side)

links, linker
derrière =

rondom

waar

links, linker

achter, achterkant (side)
ici =

oppervlakte, oppervlak

noord

bijna

hier
à côté =

bijna

naast, bij

Richting

buiten
devant =

voor, voorkant (side)

hier

oppervlakte, oppervlak

daar
gauche =

waar

west

links, linker

west
ouest =

bijna

neerwaarts, naar beneden

west

dicht liggen
sud =

daar

waar

oost

zuid
en face =

beneden

buiten

tegenover

rechts, rechter
est =

opwaarts, naar boven

links, linker

oost

noord
indications =

Richting

boven

opwaarts, naar boven

zuid
autour =

rechts, rechter

Richting

daar

rondom
Copyright © 2005-2015 jonsay.co.uk contact me FAQ`s Privacy Policy

Website designed by Jonathan Sayles