Free Online Language Learning for Everyone
Dictionaries

English-Dutch Dictionary,

Currently 22 users online.

You will now be tested on the Sport category
Just click the answers you know. You do not need to answer all questions!

netball =

het verspringen

het netball

de bal

het zwembad
football player =

de bal

het voetballer

de strike

de sportvrouw
ball =

de bal

het kogelstoten

doelpaal

de pijl
golf ball =

het voetbal

de golfbal

het polsstokspringen

de handschoen
target practice =

het schijfschieten

atletiek

het speelveld

het scorebord
shuttlecock =

het hockey

de golfer, de golfspeler

de pluimbal

het tennis
golf course =

het lopend

de tennisbaan

de golfbaan

de skilift
skier =

het voetbal

de golfer, de golfspeler

het scorebord

de skiloper
player =

de speler

het boogschieten

schieten

het kogelslingeren
bat =

de steeple-chase

het voetballer

het bat

het net
swimming =

de handschoen

de zwemmen

de bal

de bal
jogging =

het ijshockey

de discus

de schijf

het joggen
race course =

schieten

de renbaan

het hockey

het zwempak
dart =

de goal

de tennisbaan

het pijltje

de sporten
ball =

de bal

het schijfschieten

de schansspringer

de slalom
high jump =

het schijfschieten

de doel

het hoogspringen

het polo
whistle =

het fluiten

het terrein

de zwembroek

de kegelbaan
tennis =

de tee

het racket

de zadel

het tennis
linesman =

de catcher

de skilift

de grensrechter

de skisprong
swimsuit =

de skibaan, de skiterrein

het hockey

de steeple-chase

het zwempak
Copyright © 2005-2015 jonsay.co.uk contact me FAQ`s Privacy Policy

Website designed by Jonathan Sayles