Free Online Language Learning for Everyone
Dictionaries

English-Dutch Dictionary,

Currently 39 users online.

You will now be tested on the Sport category
Just click the answers you know. You do not need to answer all questions!

target =

het vierkant

de skibaan, de skiterrein

de schijf

de tennisbaan
shot put =

het pijltjes werpen

de hinkstapsprong

de wintersportplaats

het kogelstoten
ski lift =

de skilift

de pluimbal

de steeple-chase

de doelverdediger
goal =

de doel

het fluiten

het boogschieten

de golfbal
baseball =

de zadel

het honkbal

het verspringen

het racket
to shoot =

het racket

het ijshockey

schieten

de grensrechter
football =

het voetbal

de pluimbal

het pijltjes werpen

de steeple-chase
pitch =

de speler

het terrein

het lopend

het kogelslingeren
ski =

het kogelslingeren

het hoogspringen

het verspringen

de ski
running =

american football

het lopend

het honkbal

de doel
tennis =

de doellijn

het speelveld

de grensrechter

het tennis
ski resort =

het polsstokspringen

de doelverdediger

schieten

de wintersportplaats
ski run =

de sportman

de skibaan, de skiterrein

het net

het kogelslingeren
darts =

het badpak

het pijltjes werpen

de grensrechter

het badminton
offside =

de boog

de buitenspel

de uitrusting

het pijltje
bowling alley =

het tennis

de kegelbaan

de hinkstapsprong

de boogschutter
hammer =

de boogschutter

het kogelslingeren

de frame

het polsstokspringen
swimming =

het schijfschieten

de discus

het voetballer

de zwemmen
pole vault =

de schijf

het polsstokspringen

de boogschutter

de doel
archer =

de boogschutter

de frame

de discus

de catcher
Copyright © 2005-2015 jonsay.co.uk contact me FAQ`s Privacy Policy

Website designed by Jonathan Sayles