Free Online Language Learning for Everyone
Dictionaries

English-Dutch Dictionary,

Currently 12 users online.

You will now be tested on the Sport category
Just click the answers you know. You do not need to answer all questions!

frame =

de frame

de bal

het net

het scorebord
ten pin bowling =

het net

het badminton

het badpak

het bowlen
ice hockey =

de doeltrap

het voetbal

het ijshockey

het renpaard
archer =

de zwembroek

de renbaan

de bal

de boogschutter
hammer =

de strike

het zwembassin

het kogelslingeren

de uitrusting
sportsman =

de doel

het polsstokspringen

de skistokken

de sportman
running =

de wedren

de skisprong

de hinkstapsprong

het lopend
hockey =

de frame

de hordenloop

de skischoenen

het hockey
goal keeper =

de wedren

de doelverdediger

de frame

het racket
puck =

de schijf

de sportman

het badminton

het voetbal
javelin =

de doelverdediger

het bastketbal

de speer

american football
polo =

het polo

de goal

het hockey

de doeltrap
tennis =

zwemmen

de zwemmen

de skistokken

het tennis
diamond =

de catcher

de tennisbaan

atletiek

het vierkant
swimming =

het polsstokspringen

overtreding

de zwemmen

de zwembroek
bowling alley =

het racket

de kegelbaan

het kogelslingeren

de zwembroek
pole vault =

het joggen

het polsstokspringen

de zwemmen

zwemmen
catcher =

zwemmen

de schijf

de catcher

het scorebord
ski =

de doellijn

de steeple-chase

de zwemmer

de ski
tennis court =

het racket

het schijfschieten

de tennisbaan

overtreding
Copyright © 2005-2015 jonsay.co.uk contact me FAQ`s Privacy Policy

Website designed by Jonathan Sayles