Free Online Language Learning for Everyone
Dictionaries

English-Dutch Dictionary,

Currently 31 users online.

You will now be tested on the Jobs category
Just click the answers you know. You do not need to answer all questions!

serviceman (military) =

militair, gemobiliseerde

veearts

bankier

receptionist (m), receptioniste (f)
secretary =

zuivelboer

secretaris (m), secretaresse (f)

verkoper van schrijfbehoeften

cadet
headmaster =

biograaf

uitgever, uitgeverij

beeldhouwer

hoofd van school, directeur
saxophonist =

portier, pakjesdrager

verkoper van schrijfbehoeften

saxofonist

president
builder =

bouwer, aannemer

grensrechter

handelende persoon, agens

stuurman
inspector (bus/train) =

boer

geneticus

apotheker, chemicus, drogist

conducteur
labourer =

arbeider, werkman

scheepskapitain, schipper, captain

barmeisje

executeur
pawnbroker =

lommerdhouder

econoom, staathuishoudkundige

kustwacht

lecter
therapeutist =

student (m), studente (f)

therapeut

minister van Buitenlandse Zaken

schoonmaker
coach =

doctor, doktor

trainer

discjockey, deejay, d.j.

kapelmeester
dancer =

kapelaan, veldprediker

stewardess

boer

danser, danseres
librarian =

manager, bestuurster

bibliothekaris (m), bibliothekarisse(f)

machinist

barmeisje
dictator =

dictator

plaatsaanwijzer

eiser, aanklager

schrijver
musician =

belastingontvanger

psychiater

muzikant, musicus, toonkunstenaar

professor
hunter =

jager

kikvorsman

gerechtsdienaar, deurwaarder, rentmeester

huisbewaarder
bowman =

journalist

bestuurder, beheerder, bewindwoerdor

consertmeester

boogschutter
radiologist =

baan

radioloog

boerenarbeider, boerenknecht

specialist
podiatrist =

tekenaar, ontwerper

gendarme, weldwachter

goudsmid

pedicure
job =

baan

huisbewaarder

veilingmeester

onderzoeker
porter (doorman) =

groothandelaar

portier

gendarme, weldwachter

werker
Copyright © 2005-2015 jonsay.co.uk contact me FAQ`s Privacy Policy

Website designed by Jonathan Sayles